Op akkerland, met duinen in 't verschiet Staat, in de schaduw van nabij geboomt Het huis dat ik ontruimde en achterliet En dat thans door de vijand wordt bewoond
De bomen zijn, naar ik verneem, geveld; 't Huis werd een kazemat, en het terrein Indien het waar is wat mij wordt gemeld Moet in een mijnenveld herschapen zijn
Dit zegt men Maar het huis zelf deelt mij mee Wanneer het in mijn dromen tot mij spreekt Ik heb bericht ontvangen van de zee Dat straks een reinigende storm opsteekt